Copacabana... en niet in Brasil deze keer!
Van La Paz hebben we de bus genomen naar Copacabana... dat is zowat de laatste plek voor de grens met Peru. Copacabana is een toeristisch dorp aan het Titicacameer op ongeveer 3800m hoog. Er is hier ook een bedevaartsoord. Je klimt op de berg, normaal gezien doen de mensen dan offers en bidden daar. Wij hebben vooral genoten van het prachtige uitzicht op de baai. Zicht op de haven van Copacabana en op het volgende dorp en dan ook op de eilandjes, Isla del Sol en Isla de la Luna.
In het hostel liepen we de 2 Italianen en de Oostenrijkse weer tegen het lijf. Samen met hen en een Zwitser die zij al kenden uit Chile zijn we lekkere vis gaan eten in een klein typisch Boliviaans restaurantje. Ik ben geen viseter, maar ze zeggen dat je soms eens je grenzen moet verleggen. En inderdaad, het was meer dan de moeite waard.
Samen met Rolf, de Zwitser, zijn we naar Isla del Sol geweest. 's Morgens vroeg namen we een bootje met nog heel wat toeristen naar het noorden van het eiland. 2 uur op een houten bankje op het dak van het bootje met onze snoet in de zon en de wind. Zalig! Het dorpje in het noorden van het eiland is heel klein. Er zijn een paar hostels, 2 restaurantjes, 5 zandstraatjes met 20 huisjes of zo en aan elke kant van het dorp kan je aan het strandje zitten. Heel klein maar gezellig. Als je gaat wandelen heb je telkens een prachtig zicht op het meer. We hebben wat met een man zitten praten die op het eiland is geboren. Hij vertelde ons dat het eiland ook een bedevaartsoord is. De mensen leven er vooral van visvangst en landbouw en nu ook steeds meer van het toerisme.
We hebben een nachtje geslapen in het noorden van het eiland en 's morgens vroeg zijn we dan vertrokken voor een 3 uur durende wandeling naar het zuiden van het eiland. Eerst kwamen we nog langs de ruines en op onze weg groetten we de kindjes die van school komen, de vele varkens, schapen en ezels op het eiland. Elke bocht is opnieuw een prachtig zicht op een baai, het eiland of het Titicacameer! Na een paar relaxe dagen op zo'n superrustig eiland keerden we met een verbrandde neus terug naar Copacabana.
Zondagmorgen zouden we dan om 11u een directe bus nemen naar Cusco. Maar zoals altijd moest er weer iets tussen komen. Er zijn in Bolivia problemen met het gas. De regering (Evo Morales) verkoopt blijkbaar bijna alles aan Peru met het gevolg dat ze met een tekort zitten in eigen land. Nu zijn er dus blokkades rond La Paz en alle bussen die uit La Paz willen vertrekken worden tegen gehouden. Dus onze bus was niet aangekomen in Copacabana. We konden wel een andere bus nemen in de namiddag met een overstap in Puno (Peruaanse kant van het Titicacameer). Alles verliep vlot, de bus was wel helemaal niet wat ze ons hadden beloofd, maar goed. In Puno deelden we de bus met een heleboel Peruanen die alles wat je maar kan inbeelden meenamen. Grote zakken met hun -weet ik veel wat-, honderden breekbare potten, kippen en cavia's in zakken... De bus was ook een prachtexemplaar. De deur was ooit dichtgeplakt met plakband, de wc was kapot waardoor er een onnoemelijke stank naar boven kwam. We hebben onszelf beschermd met een sjaal voor onze neus en mond. Als 2 terroristen hebben we de busrit overleefd en kwamen we heelhuids aan in Cusco. Hier ga ik een weekje wachten tot mama en Marieke zondag aankomen... ik kijk er naar uit!
Bolivia... een speciaal land!
La Paz is een een chaotische, gekke maar heel boeiende stad. We zijn hier ongeveer een week verbleven in een net geopend Gringo-hostel. Het was het weekend van St-Patricksday, ons hostel zat vol met Ieren, want dat is hun nationale Sint en dat vieren ze goed. Van 's morgens vroeg al bier beginnen drinken ... tot in de vroege uurtjes. Onze kamer was blijkbaar het mikpunt van -dingen die je niet doet- zoals coce snuiven, roken op de kamer, te veel drinken en dan gaan overgeven op MIJN bed... enz. We hebben dus met de niet-Ieren in het hostel, ongeveer 7 mensen op 80 de hele avond onze kamer verdedigd. Uiteindelijk heeft dat nog voor een leuke sfeer gezorgd met 2 Italianen, een meisje van Oostenrijk, een Canadees en wij twee.
La Paz was een weekje van rondslenteren in de stad en een paar gewone dingen doen die je thuis ook eens moet doen (als naar de kapper gaan en een doktersbezoek voor een check-up). Wat in Bolivia heel erg opvalt, is, hoeveel mensen hier nog rondlopen in hun traditionele kledij. Mannen met Poncho's en hun broeken in de stijl afhankelijk van welke indianenstam ze afkomstig zijn, vrouwen met wijde rokken en veel van hun typische doeken over hun schouders. De vrouwen dragen volgens ons -nader onderzoek willen we niet echt doen- geen onderbroek. Overlaatst stond er een vrouw gewoon in het midden van de straat en de pies liep tussen haar benen en spetterde op haar schoenen. En zo hebben we al regelmatig vrouwen over de goot zien zitten.... zomaar in het midden van de stad...
In de buurt van La Paz heb je "El Valle de la Luna", een prachtig natuurfenomeem. We hebben ongeveer een uur rondgewandeld in die vallei die er uitziet als het landschap van de maan. Heel mooi!!! En heel leuk, het was hier eens heerlijk warm. Sinds we in Bolivia zijn hebben we al regelmatig koud gehad, we zitten dan ook op hoogtes om u tegen te zeggen. We zijn zowat op het einde van het regenseizoen, dus het regent niet elke dag, maar soms zijn er van die typische Belgische mottige regendagen. En de dag erna is het dan weer enorm zonnig, koud in de schaduw en veel te warm in de zon. Van dat typisch trui-af, trui-aan weer.
Nog een klein detail, ik ben m'n fototoestel verloren, dus voor een paar dingen (vanaf Uyuni tot en met La Paz) kan je best op Ellen haar site gaan kijken als je wat foto's wil zien. Ondertussen heb ik een nieuw gekocht, dus ik doe weer m'n best om de schade wat in te halen...
Aan iedereen van Lichtervelde...
Liefste Scoutjes, Jan, ouders en alle vrienden van Annelies en Thomas...
Ik zit hier nu ver weg in Bolivia. Alles fantastisch, tot ik vanmiddag het slechte nieuws van Annelies en Thomas heb ontvangen. Ik vind het verschrikkelijk moeilijk dat ik nu niet bij jullie kan zijn. Ik heb hier echt geen woorden voor, maar ik wil iedereen heel veel sterkte toewensen.
Een dikke knuffel voor iedereen,
Saar
De zoutvlaktes van Uyuní
Hallo allemaal!
Vrijdag zijn we vertrokken voor een 3-daagse tour door de Boliviaanse bergen, woestijnen en de bekende zoutvlaktes van Uyuní. We zaten met 7 toeristen (2 Ieren, 2 Argentijnen, 1 Tsjech en wij) en onze gids Leo in een 4x4 jeep. Lekker gezellig dicht bij mekaar, 1 naast de gids, 3 in het midden en 3 achteraan. Uiteraard hebben we elke dag eens gewisseld zodat iedereen eens op de kleine plaatsen achteraan kon zitten. Ocharme die knieën!
De eerste dag hebben we een treinkerkhof bezocht. Zoals een autokerkhof, maar dan met verroeste oude treinen die ze 80 jaar geleden nog gebruikten voor het transport van de zoutmijnen. Nu zijn er maximum nog 4 treinen per week op die spoorlijn, 2 voor passagiers en 2 voor transport.
Later zijn we naar de zoutvlaktes geweest. Dit was gewoonweg prachtig! Het had de avond voor we vertrokken enorm geregend waardoor we niet het volledige parcours konden doen. Bij Isla de Pescadores, een eiland vol cactussen konden we niet geraken owv de regen. Maar we zijn wel naar een zouthotel geweest en de zoutvlaktes op zichzelf zijn enorm indrukwekkend. De kleurenschakering tussen het witte zout en de blauwe lucht met schapenwolkjes is onbeschrijfelijk. Je zal wel zien op de foto's.
Het nationale park is een grote woestijn, schakeringen van wit, rood, geel en bruin zand en stenen. Bergen (nog steeds de Andes) met allemaal kleurtinten tussen bruin, groen, grijs, rood en witte sneeuwtoppen. En dan de lagunes, die zijn ook indrukwekkend. Allemaal meertjes en afhankelijk van de mineralen heeft het water een andere kleur: Rood, blauw, groen, wit... Er zijn ook een aantal "Valles de Rocas", rotsvalleien. Rotsen in alle maten en vormen. Heel speciaal. Soms kan je er vormen in zien, zoals een condor of een boom. We hebben geisers gezien en we zijn ook gaan baden in "aguas termales", warmwaterbronnen. Heerlijk was dat, je zit op een hoogte van bijna 5000m en dan heerlijk in een natuurlijk zwembad van bijna 30ºC.
We hebben veel flamingo's gezien in de lagunes. En overal langs de weg en in het park liepen lama's rond. Grappige beesten. Een beetje zoals een schaap, maar met een langere nek. En de schapen zijn hier rasta-schapen. Yah man! Hun vacht zijn meer rasta's dan krullen.
We zaten de hele dag in de jeep, 's middags stopten we ergens om te eten. Onze gids kon goed koken dus dat was heel leuk. 's Avonds sliepen we in een basic-hostel in een dorpje ergens tussen de bergen. De bedden waren niet fantastisch. De eerste nacht lag er plastic onder de matras en bij elke beweging kraakte dat. De tweede nacht was de matras amper 2cm dik en de veren waren gesprongen. Met wel 6 dekens probeerden we ons een beetje te verwarmen. 's Avonds koelde het enorm af maar er was wel telkens een prachtige sterrenhemel, er waren veel vallende sterren en je kon zelfs de melkweg zien.
Door de hoogte voelden we ons niet 100%, hoofdpijn, duizelig, verstopte neus, buikpijn... We sliepen slecht, we konden ons niet douchen, we zaten 8u per dag opgepropt in een jeep... maar dat alles was meer dan de moeite waard om er bij te nemen. Wat een natuurpracht hebben we weer gezien. Sinds ik in Zuid-Amerika ben kom ik van de ene prachtige plaats in de andere. Plekken die je je niet kan voorstellen als je in ons kleine Belgenlandje woont. Ongelooflijk. We zijn al bijna 6 maand onderweg, maar ik ben elke keer weer verbaasd over de natuur.
Van de hoofdstad via de mijnstad naar de zoutvlaktes
Vorige vrijdag zijn we dus na een vlucht van een half uur aangekomen in Sucre, de officiele hoofdstad van Bolivia. Ik moet eerlijk zijn, ik heb iets bijgeleerd, want ik dacht dat La Paz de hoofdstad was van Bolivia.
Sucre is een supergezellige stad van ongeveer een half miljoen inwoners. Het is een studentenstad, maar je ziet ook enorm veel "typische" inwoners. Vrouwen met grote rokken die zich soms zomaar in het midden van de straat neerhurken om te plassen, rok omhoog en hup, verder zie je ook nog veel indianen van de verschillende oorspronkelijke groepen telkens met hun typische kledij.
We hadden al snel ons stamcafe gevonden: Joyride. Een heel gezellig cafeetje van een Hollander met houden tafels, kaarsjes en een verwarmd terras. Ja, ja, tis gedaan met de warmte. We zitten hier midden in de Andes op ongeveer 3200m hoog en dat je voel je wel. Overdag is het meestal wel warm, als de zon uitzit toch, maar ´s avonds is het echt frisjes.
Sucre heeft een gezellig centrum met een mooi plein, heel veel souvenierwinkeltjes, een overdekte markt waar ze zoals gewoonlijk vanalles verkopen: fruit, groenten, kruiden, kippen, en ook maaltijden. Voor 50eurocent hebben we daar heel lekker gegeten. Verder is er een mooi kerkhof met een enorm verschil tussen de graven van arm en rijk, een paar mooie uitzichtspunten. Rene en Marcelo, 2 gasten die we hebben leren kennen in "Joyride", hebben ons meegenomgen om de omgeving wat te verkennen. We zijn naar een sprookjeskasteel geweest (jammergenoeg alleen vanbuiten te bezichtigen omdat ze aan het werk waren), een klein leuk dorpje waar de mensen in het weekend naar toe gaan. We zagen oa. een geitenhoedster, een vrouw was coca aan het wassen in de rivier, kindjes aan het spelen in de rivier... een echt typisch dorpje.
Woensdagmorgen zijn we dan vertrokken met een gedeelde taxi (nog 2 andere mensen) naar Potosi. Dit is maar een heel klein beetje duurder dan een bus en je geraakt er in 2.5u i.p.v 4u. Dus dat vonden we wel de moeite. Potosí, de mijnstad, ligt op 4000m hoog en dat konden we meteen voelen aan onze ademhaling. De taxi liet ons achter op de hoek van een ministraatje waar alle auto's ons bijna omver reden, met onze rugzakken sleurden we onszelf hijgend naar een kantoor waar we een mijntour hebben geboekt voor de namiddag.
Om 13u vertrokken we met 10 mensen en een paar gidsen in een busje richtig de zilvermijnen. Eerst moesten we onze hippe beschermkledij gaan afhalen: een veel te grote broek, een vest, laarzen, een helm en een stofmasker. Daarna gingen we naar een winkeltje waar we cadeautjes konden kopen voor de mijnwerkers. De mijnwerkers werken allemaal per groep, m.a.w, niet voor een cooperatieve of voor een bepaalde maatschappij. Ze moeten hun eigen boontjes doppen en voor hun eigen veiligheid, materiaal en werkregelingen instaan. En als je als toerist hun "afdeling" gaat bezoeken is het normaal om een geschenkje mee te bregen als bedanking: frisdrank, alcohol 96ºC, dynamiet, sigaretten.
Toen we aankwamen bij de mijn waren ze net met een andere groep toeristen bommen in mekaar aan het steken met dynamiet. De gidsen toonden ons hoe dat werkte en wij moesten op veilige afstand gaan staan toen ze de bommen lieten ontploffen. Diezelfde bommen gebruiken ze in de mijnen om mineralen los te krijgen.
Ellen en ik, samen met een Italiaan en Carlos onze gids waren de Spaanstalige groep. Doordat we maar met 4 waren wou de gids ons meenemen naar de diepe mijnen om te tonen waar de echte mijnwerkers gaan. Eerst gingen we in een klein museumpje dat ze hebben opgericht in de grotten, daarna moesten we "El Tio" gaan groeten. Tio Jorge, is de beschermer van de mijnen. Een beeld als een mijnwerker met een dikke wang (typisch voor de cocakauwers), laarzen,... Elke morgen gaan de mijnwerkers El Tio gaan groeten zodat ze beschermd worden tijdens hun werk. Ze moeten 2x een wens doen terwijl ze een beetje alcohol geven aan Tio Jorge en zelf ook een slok drinken. El Tio en zijn vrouw Pachamama (Moeder Aarde) zorgen voor de mijnwerkers en bezorgen de goede mineralen in de mijnen. Wij hebben ook onze groet en wens uitgebracht aan El Tio.
In de mijnen zijn de "wegen" niet evident. Ofwel loop je over sporen waar je goed moet opletten omdat de mijnwerkers af en aan met volle en lege karretjes van binnen naar buiten lopen, soms moet je heel steil naar boven of beneden klimmen via houten planken, over steile rotsen en door hele smalle gangetjes en over stenen. Het was niet evident op een hoogte van meer dan 4000m zo'n inspanningen doen. Op een bepaald moment kwamen we op een punt waar Ellen en ik niet zomaar over konden en waar je naar beneden kon vallen op de rotsen. De gids hielp eerst Ellen over de steile rots waar ze met handen tegen een rots boven haar en met de voeten schuifelen over de supergladde rots onder haar. Van mij lukte dat niet dus ben ik als een aapje aan de andere kant via een houten paal en ook met de hulp van de gids naar beneden gekomen.
We hebben de mijnwerkers zien werken in hun stoffige omgeving met de drilboor om de mineralen los te krijgen, we hoorden heel vaak een ontploffing van dynamiet boven of onder ons. De mijnwerkers zijn jonge gastjes soms vanaf 13 jaar. Ze werken 8, 12, 18 op zelfs soms 24u per dag. Ze eten 's morgens voor ze de mijn binnengaan, kauwen de hele dag coca en dan eten ze pas weer als ze gedaan hebben met werken. Het was een donkere, stoffige, vuile, moeilijke maar ongelooflijk interessante ervaring. Voor
Toen we terug buiten waren zijn we nog gaan kijken naar de plaats waar ze de mineralen verwerken tot ze het zilver over houden. In Potosi heb je niet het echte zilver zoals we kennen van de juwelen. De "modder" die zij overhouden is zilver dat nog moet gebakken worden op hele hoge temperaturen. Dus dat voeren ze uit en in andere landen wordt dit verwerkt tot het blinkende ziver.
Om 18u15 kwamen we vuil terug in het kantoor waar we vertrokken waren. Om 19u hadden we een bus geboekt naar Uyuní. Maar om 18u30 belde de busmaatschappij naar het kantoor dat de semi-cama bus die we geboekt hadden kapot was. Ze hadden een andere bus geregeld voor ons maar we moesten direct naar de terminal. De bus was helemaal niet wat we geboekt hadden, maar gelukkig hebben we wat geld terug gekregen (uiteraard na dat zelf even te vragen...)
De busrit was niet te doen. Ik kan zowiezo al nooit goed slapen op een bus en als dat dan zo'n gewone bus is zonder beenruimte dan word je gek. Bovendien stonk de bus verschrikkelijk. Dat was geen stank zoals we hadden in Venezuela en Brazilië van de airco... maar het waren de mensen, of hun kleren die stonken. Ongelooflijk. Na een tijdje werd de geur neutraler, maar als er iemand bewoog of langs je liep kwam dat weer helemaal op.
's Avonds laat stopte de bus even zodat we iets konden eten. Een huisje op een zandweg in de middle of nowhere... We hadden geen honger, maar we moesten wel dringend naar het toilet. Maar er was geen toilet... dus moesten we in de vrije natuur... alleen het was pikkedonker en welke beesten zitten er allemaal in Bolivia? Dus hebben we ons maar, net als de Bolivianen, in het midden van de weg gezet...
Om 3u 's nachts kwamen we aan in Uyuní, het was ijskoud en we waren doodmoe. Het was niet evident om een hostel te vinden, maar uiteindelijk vonden we een hostel waar ze nog een "matrimonial" hadden, een kamer met dubbel bed. Normaal gezien slapen we graag apart, maar we waren moe en het kon ons allemaal niet veel meer schelen. Deze morgen een goeie douche om al het stof van de mijn van m'n lijf te krijgen. Ik heb m'n handen wel al 15 keer gewassen met zeep en shampoo, maar de geur blijft hangen.
Uyuní is een klein dorpje, met heel veel toeristen, als uitvalsbasis voor de Salar, de zoutmijnen. We hebben een tour geboekt van 3 dagen voor dit weekend samen met een Iers koppel en 2 Fransen. Vandaag is het relax-day op een terrasje in de zon met zowat alle Britten in het dorp.
Santa Cruz
Santa Cruz is een gezellig en rustig stadje... wel ja... stadje, deze indruk hadden wij, maar blijkbaar zijn er 1,5 miljoen inwoners. Dus eigenlijk een grote stad, maar met een heel aangenaam centrum. In Santa Cruz wonen heel veel menonieten en in tegenstelling tot in andere landen en steden, mengen ze zich onder de andere mensen. Overal zie je dus mensen, tot hele gezinnen toe door de stad wandelen met hun kledingstijl van de jaren... 1800? '20? '30? ... in elk geval, kleding van de jaren stilletjes. Grote hoeden, lange jurken, overalls, ruitjeshemden, enz. Heel modebewust allemaal!
We hebben de stad verkend, lekker gekookt in het hostel, naar een leuke lokale rockband gaan kijken en veel geschuild voor de regen. We hebben een beetje een slechte periode gekozen voor de Andeslanden want het is hier regenseizoen. Bovendien is "El Niño" in het land. Misschien hebben jullie dat wel al gezien op het nieuws, maar hele stukken van Bolivia hebben zwaar te kampen met de enorme regenval. Heel wat wegen zijn afgesloten. De straten in de stad staan vaak blank. We hebben onze regenjas weer van onder uit onze rugzak gehaald en die hangt alweer te drogen tot de volgende regenbui.
De laatste namiddag in Santa Cruz las ik een email van mijn mama. Haar school, Dominiek Savio in Gits, doet dit jaar een vastenactie voor een project in Santa Cruz. Een Belgische pater, Luc Casaert van Tielt, heeft hier sinds een 40-tal jaar een parochie. 16 jaar geleden hebben ze een project opgestart dat "Fundación El Niño Feliz" heet. We wilden dat project wel eens gaan bekijken en "Padre Lucas" ontmoeten. Maar aangezien het al 16u was en dat we helemaal niet goed wisten waar we naar toe moesten was dat geen evidente opdracht. Ik had het adres gekregen en dus namen we een taxi.
Er zijn blijkbaar 2 straten die bijna dezelfde naam hebben in Santa Cruz. En je kan het al raden, de taxi had ons ergens afgezet, aan de rand van de stad, in zowat de gevaarlijkste en armste wijk van de hele stad. We dachten dat we het hadden gevonden, een schooltje... maar daar was niemand meer. Een oud vrouwtje nam ons mee door de modderstraatjes want haar dochter zou ons wel kunnen helpen. De dochter stuurde ons naar een parochie op een 8-tal blokken van waar zij woonde. Onderweg kwamen we langs een kantoortje van de stad "La defensa niñez... en nog iets", een centrum waar de stad de kinderen probeert te helpen en begeleiden die mishandelt worden.
Er stonden 2 vrouwen buiten en voor de zekerheid vroegen we aan hen nog eens of ze een Belgische pater kenden en een project dat "El Niño Feliz" heet. En ja hoor, een van die vrouwen kende het project. Maar... dat was wel aan de andere kant van de stad. Ze is onmiddellijk in actie geschoten. Heeft het juiste adres opgezocht, het secretariaat van het project gebeld, uitgelegd wie we waren en dat we de pater zochten. Ze verklaarden ons gek dat we te voet door hun wijk aan het wandelen waren, zeker op dit uur dat het al begon te schemeren. Omdat het te gevaarlijk was om naar de grote weg te wandelen zou ze ons voeren naar een plaats waar we de taxi konden nemen naar het project. We stapten in een 4x4 jeep en even later stonden we voor het gebouw van "El Niño Feliz". Die Latino's kunnen zo geweldig zijn. Zo vriendelijk!
De directrice van het project was speciaal blijven wachten op ons. Haar werkdag zat er eigenlijk al op en bijna iedereen was al vertrokken. Maar ze heeft ons toch door het hele gebouw geleid. Er is een medisch centrum/hospitaal waar moeders en kinderen uit de buurt voor een symbolische 2 Bolivianos (20 eurocent) onderzocht en behandelt kunnen worden, een refter waar de arme kindjes uit de buurt kunnen eten en na school kunnen ze daar ook gaan studeren. Ze hebben een boekenwinkel waar de kinderen hun schoolgerief krijgen, een schoenmakerij waar jonge mensen het vak leren en waar de kleintjes 2 x jaar een paar schoenen krijgen voor hun schooluniform, een computerklas,...
Het hele project wordt gesteund door Belgische, Spaanse, Amerikaanse,... "peters" en acties. Families "adopteren" een kindje en het geld dat die families storten wordt gebruikt voor het eten, de school, het schooluniform,... van de kinderen. De rest van dit geld en alles wat van geldinzamelacties komt gebruiken ze om het centrum uit te bouwen, om meer mogelijkheden te bieden aan de mensen uit de buurt, om meer mensen te kunnen helpen,... Het was een hele interessante rondleiding. "Padre Lucas" was niet op het project want hij was in zijn parochie. De directrice zou ons brengen zodat we hem konden leren kennen.
Om 19u30 zette ze ons af voor een kerk. Padre Lucas was de mis aan het doen. De directrice duwde ons binnen in de kerk en nam afscheid van ons. Ze moest weg, maar wij konden hier wachten op Luc. Tja... en zo waren we in de mis beland. We zaten daar als 2 zwervers te wachten tot de mis was afgelopen. Na de mis kwam een zuster naar ons. We vertelden wie we waren en ze zei dat we snel moesten zijn om met "el padre" te praten anders zou hij weg zijn. En we mochten zomaar de sacristie binnenlopen. In België is zoiets ondenkbaar. Twas heel tof om even met Luc te praten, maar omdat onze komst zo overwachts was had hij niet echt tijd. Heel wat mensen stonden te wachten op een zegen van de pater. Ongelooflijk. In zo'n gelovig land moet je als missionaris echt wel enorm veel geduld hebben.
Uiteindelijk was onze laatste dag in Santa Cruz nog heel boeiend: van de armste wijk in de stad in een 4x4 naar een centrum voor arme kindjes om dan uiteindelijk te belanden in een misviering.
